logo

 

© vvdc

updated 18.03.09

geschiedenis van de VVDC

Interview met Roger De Pelsmaker op 24 Juli 1999

De oprichting van de VVDC gebeurde op 12 september 1969. Benoni (Roger) De Pelsmaker werd door enkele mensen uit Vilvoorde aangezocht om als duikmonitor te opereren in een nieuw op te richten club te Vilvoorde.

Roger was begonnen met duiken in 1962 bij Neptunus te Mechelen. Hij deed dit niet voor de sport. In Vilvoorde was er bij de brandweer nood aan een duikploeg en zodoende stapte Roger als eerste in het water. Zijn eerste brevet kwam er in 1963. Hij zou in Mechelen ook zijn volgende brevetten (tot HB) behalen.

In 1969 mocht je nog een duikschool oprichten met een hoger brevet. Je moest dan wel een peter-monitor hebben. De eerste die deze functie op zich nam was Georges Diep *** monitor bij Neptunus. Roger werd duikschoolverantwoordelijke. Volgende mensen waren bij de oprichting van de club:

Tambeur (Duiker)(*) Secretaris
Spiessens Alex (ZB) Penningmeester
De Leeuw François (ZB) Materiaalmeester

Een beetje later kwam er ook een voorzitter Jaques Stielement (ZB). Wat er opvalt in die begindagen is dat er vele mensen begonnen aan een opleiding, geen brevet behaalden en vervolgens toch in de club bleven om één of andere praktische functie uit te voeren. De club groeide en in 1970 waren er reeds 15 leden. Ledenlijsten zijn niet meer te achterhalen.
(*) Overleden in een auto-ongeval op weg naar een duikplaats in de Oosterschelde.

Bij het clubmateriaal van die tijd moet men zich niks voorstellen. Er was er geen. Elke duiker kocht direct zijn eigen materiaal. Later kwam er een aanvraag naar BLOSO voor duikmateriaal. Wat dit opleverde? Ik heb er voorlopig het raden naar.

1974 was een zwart jaar voor de VVDC. Er kwam een afsplitsing van een aantal leden die verder door het leven gingen als de Zeeduivels. Het was een dispuut tussen Achiel De Laet en François De Leeuw die tot een splitsing leidde. Het ging hier over een (sponsor) centenkwestie.

Geld was een belangrijke kwestie in het begin. Er was er namelijk geen. Daarom werd er een aquariumtentoonstelling (samen met de aquariumvrienden van Vilvoorde) ingericht. Er werd 2X een bal ingericht in de overdekte markt van Vilvoorde (nu café restaurant DE MET) met Jaques Raymond. Ook de inrichting van een filmavond vond plaats. Van in het begin werd er deelgenomen aan het gastronomisch week-end wat steeds een groot succes was, niet in het minst door de inzet van de leden, zowel voor als achter de toog.

De zwembadtrainingen vonden in het begin plaats op zaterdagavond. Later kwam daar de dinsdagavond bij. Te vermelden valt dat Vilvoorde in die tijd reeds beschikte over een overdekt zwembad, wat niet van veel gemeenten in België gezegd kon worden. De duiken gingen door op zaterdag en zondag. Lessines was de vaste duikstek. Ook werden Mol, Vodelee en de Oosterschelde aangedaan. Van de Nekker was nog geen sprake. Opprebais, Scouffleny, Barges dateren van latere tijden.

De eerste clubuitstap ging naar Boulogne-Sur-Mer in Frankrijk. Het werd een drama. De zee was woelig Er stond een wind van 7 beaufort. Maar het was betaald en er werd uitgevaren en gedoken. Waar hebben we dat nog gehoord. De gevolgen laten zich raden. Verschillende leden (Spiessens, De Leeuw) hingen de duikfles direct aan de haak. Ze bleven echter wel in de club. Dan volgde 2X een uitstap naar Palma De Mallorca. Hier werd ook weer met beginnelingen gedoken. Dit maal viel alles goed mee. De Skilly eilanden (Engeland) werden ook aangedaan. Later werd L’Estartit (Spanje) de vaste bestemming, elk jaar in mei en voor velen tijdens de vakantie. De clubuitstap (en doop) naar Mol dateert van latere jaren.

In 1969 bestond er een reglement voor de opleiding van de toenmalige BEFOS, Nelos bestond nog niet. De lessen werden in het begin gegeven door Roger. Later kreeg de club verschillende (eigen) monitoren. De examens theorie en in het zwembad werden afgenomen door Georges Diep. Voor de openwaterproeven was er de tendens om bij een andere club aan te kloppen. De ARGONAUTEN, Vosseplein in Brussel hebben hier een belangrijke rol in gespeeld. Enkele markante figuren zijn hier Jules Page en Michel Bailleu. Et c’etait tout en français. Er bestond immers nog geen Nelos en het reglement telde voor gans de federatie. De manier van duiken was pure macho. Niet zelden werd er met een beginneling bij zijn eerste duik naar 40 meter en meer gedoken. Het is op die manier ook niet te verwonderen dat alleen de "echten" dit volhielden.

Het materieel kwam steeds uit Brussel, van bij Signes (nu DSM). Flessen (meestal 12 liter), een bi kon ook, werden gevuld op 150 BAR. De ontspanners waren ééntraps. Er was een verschil tussen een scholingsontspanner en een gewone ontspanner. Bij de scholingsontspanner werden de terugslagkleppen eruit gehaald, om het te leren, weet je wel. De pakken bestonden uit rubber (géén neopreen) van 3 millimeter dikte. Van een duiklamp was geen sprake. Verder was er een dieptemeter en een kompas. De reserve stond standaard op de fles. Een manometer bestond niet. Er werden franse tabellen gebruikt. Deze kon je echter niet meenemen onder water zodat je je duik volledig op voorhand moest plannen en alle (eventuele) trappen van buiten moest kennen. Stabilaizing jacquet’s waren onbekend. Sommigen hadden een FENZY met reserveflesje. De meerderheid dook echter zonder. Gemiddeld werd er in open water gedoken met 4 kg lood.

De openwaterproeven weken in zekere mate af van deze die wij nu kennen. Oefeningen zoals stijgen per koppel met wisselen van het mondstuk bestonden niet omdat dit in de praktijk met een ééntrapsontspanner praktisch niet kan. De praktijk voor een redding wanneer één ontspanner niet meer werkte was op elkanders rug. Van een tweede ontspanner op je eigen fles was geen sprake. Een bewusteloos slachtoffer werd ondersteboven naar boven gebracht. In Vodelee en in Oostende stonden (éénpersoons)caissons. De problematiek hierrond is genoegzaam bekend. De risico's in het buitenland waren veel groter. In Spanje of Frankrijk was er zelfs geen sprake van een caisson. Ook werd er geen zuurstof meegenomen naar de duikplaats. Op de schepen was dit ook onbekend.

Er heeft in de club nooit een traditie bestaan om te gaan jagen op onderwaterleven. Harpoenen werden niet gebruikt. Ook was het meenemen van kreeften een zeer sporadische activiteit. Hoog aangeschreven stonden echter wel het ophalen van amfora’s en onderdelen van schepen (patrijspoorten, e.d.). Roger vond zijn eerste amfora in L’Estartit op slechts 15 meter diepte. De informatie over vindplaatsen kwam meestal van plaatselijke schippers. Ook kwam er informatie van de firma’s die met je uitvoeren of ze deden zelf mee om vanalles en nog wat naar boven te halen.

Er werd meegedaan aan langeafstandszwemmen met vinnen in het begin van de jaren '70. Ook bestond er een traditie om deel te nemen aan de noordzeerally.

Angel1.jpg Roger en Angel